Ongelukken, zoals in andere takken van sport, komen ook in de vliegersport voor. Zo ontving ik op 04/11/96 het volgende bericht per e-mail: “In Almere is een jongen van zestien uit de lucht komen vallen. Hij was aan het vliegeren op de Gooimeerdijk, maar werd door de sterke wind aan zijn vlieger naar boven gehesen. Toen hij twaalf meter hoog bungelde, brak het touw en kletterde hij in de berm” (Nieuwsjournaal, Nieuwsservice van Radio Nederland Wereldomroep). Tja, zo verander je door een kleine misrekening van de vliegerhemel in de vliegerhel.

Guust

Mocht je als vliegerfanaat het hoekje omgaan, zorg er dan voor niet in die vliegerhel terecht te komen, want die ligt ergens in de tropen. Hoe ik dat zo zeker weet? Wel vliegeren in de tropen is een crime. Het veld is net niet groot genoeg of de wind net niet sterk genoeg om de gewenste vlieger op te laten, lijnen raken tijdens het oplaten regelmatig (opnieuw) verstrikt in de doornachtige grasjes en takjes of de stukken ijzer die je overal tegenkomt, voetgangers en brommers lopen en rijden door het bereik van de vlieger en/of proberen de lijnen in volle vlucht te pakken (zeg maar dag tegen je handje), en toeschouwers, met name kinderen, zitten op onbewaakte momenten aan vliegers te rotzooien: een regelrechte hel.

Als je denkt dat je het dan gehad hebt, nee dan moet je ook nog rekening houden met het weer. Nadat ik op het strand bij Jakarta enige vliegers had uitgepakt, besloot het weer niet mee te werken en kreeg ik heel onverwachts een stortbui over me heen. In twee minuten veranderde het weer van licht bewolkt tot wolkbreuk, met de bijbehorende bliksem. Het was een kwestie van zo spoedig mogelijk vliegers neer laten en schuilen. Dergelijke buien zijn gelukkig van korte duur, maar het leed was al geleden. Alles was nat en doordrenkt met fijn zwart vulkanisch zand. Dit betekent inpakken en thuis uitspoelen, want dat spul is zo scherp als een scheermes. Ja, de vliegerhel ligt zeker ergens in de tropen.

(Verschenen in Vlieger 98/5)

Advertenties