Delsman en Velsen (1939)

Ik heb even moeten nadenken over een titel voor deze column, maar vliegervissen lijkt me passend. Om de taalpuristen voor te zijn: ik bedoel niet de vliegende vissen, hoewel ik die tijdens het schrijven van deze column, tijdens de bootreis naar de Krakatau, regelmatig langs zie komen. Ik bedoel echt vliegervissen of vissen met een vliegertje. Waarschijnlijk is dit fenomeen niet echt bekend in Nederland, vandaar dat ik er een column aan wijdt.

Vliegervisser

De hele opzet van het vliegervissen op Ceracas, of Geep in ABN, is vrij simpel. Delsman en Velsen schrijven er in ‘Dierkunde voor Indische middelbare scholen’ (1939) het volgende over: “Gepen en halfsnavels zwemmen, op zoek naar voedsel, altijd zeer dicht onder de oppervlakte. Men vangt ze op zee wel met een lijn aan een vliegertje bevestigd, dat bestaat uit een boomblad. Zij zijn n.m. te schuw om zich met een gewone hengel te laten vangen, waarvan met het aas ook niet zo makkelijk steeds juist aan de oppervlakte kan houden”.

Aan het vliegertje van boomblad wordt een vislijn gebonden, die gelijk dienst doet als staart van het vliegertje. In het uiteinde van de lijn wordt een schuiflus gelegd waaraan het aas wordt bevestigd. Met behulp van een bamboe staak wordt de vlieger dan opgelaten en zodanig bestuurt dat de lus met het aas door het water springt. De Geep, een zeevis met spitse bek en naaldscherpe tandjes, jaagt achter de vis aan en raakt met zijn bek verstrikt in de lus. Wat rest is het binnenhalen van de vangst.

De praktische toepassing van het vliegervissen is wat minder eenvoudig dan de beschrijving, zoals ik tijdens een ochtend met een stel vliegervissers al snel in de gaten krijg. Gelukkig gebruiken de vissers tegenwoordig een soort Eddy-vliegertjes van plastic en bamboe, wat het tomen makkelijker maakt. De vlieger dient namelijk net voldoende hefkracht te hebben om het aas door de golven te laten springen en de aandacht van de prooi te trekken. De meeste tijd gaat echter zitten in het zoeken van een goede locatie, want de Geep is een kuddedier.

Tijdens het vliegerfestival van Lampung werd me verteld dat deze provincie een lange traditie van vliegervissen heeft. Deze traditie, die zich verspreid over de Indonesische archipelagio en het Pacifisch gebied, heeft een discussie doen oplaaien over de oorsprong van de vlieger. Een logische redenering is dat de vlieger eerst als werkobject werd gebruikt en pas later werd verheven tot sierobject of ceremonieel voorwerp, zoals bij de Chinezen. Op dit moment probeer ik meer informatie over deze stelling te vinden, het schijnt dat Peter Lynn de bovenstaande stelling heeft geopperd.

25/08/1997 (Verschenen in Vlieger 99/4)

Advertenties