‘cu Amin, jongen, kom eens hier! Heb je zin om morgen met Opa een uitje te maken? Dan gaan we morgenochtend gaan we samen, in de becak, naar het oostelijke alon-alon. Op het grote veld staan allemaal bule-bule in korte broek te vliegeren. Je weet wel, van die onontwikkelde blanken die wijzen met hun vingers en hun linkerhand gebruiken!

Midden op de dag, in de brandende matahari, staan ze nog te vliegeren. Een paar lopen bijna telanjang, als kleine kinderen, met alleen een korte broek aan. En aan het eind van de dag zijn ze niet cokelat, zoals wij, maar helemaal rood! Niet goed snik zijn ze, de zon heeft zeker hun hersenen gekookt.

En echt vliegeren kunnen die bule-bule ook al niet! Hun layang-layang zijn groot, maar komen steeds weer naar beneden zakken. ‘cu Amin, er staan daar zelfs zulke slechte vliegeraars, dat ze vier gelasan nodig hebben om hun vlieger op te laten! Er zit er zelfs eentje tussen die op een kalong lijkt!’ En zelfs met vier lijnen vliegt dat ding nog niet hoog.

Zelfs met vier lijnen vliegt dat ding nog niet hoog

Die bule-bule zijn al net zo lelijk als hun rare vliegers, met bulu op hun benen en zelfs op hun gezicht. Die barbaren drinken zelfs door Allah verboden dranken, zoals bir, geen wonder dat ze zo stinken! Het zijn net apies. Morgen jongen, morgen ga je met Opa apie kijken… witte apies.

29/04/2002 (Verschenen in Vlieger 99/5)

Verklarende Woordenlijst

  • Amin: Indonesische jongensnaam (‘cu is een afkorting voor cucu)
  • becak: fietstaxi
  • bir: bier
  • bule-bule: blanken
  • bulu: haar
  • cokelat: bruin
  • cucu: kleinkind
  • gelasan: glaslijn
  • kalong: vliegende hond, vleermuis met spanwijdte tot twee meter
  • layang-layang: vliegers
  • masuk angin: je niet helemaal lekker voelen
  • matahari: zon
  • telanjang: naakt
Advertenties