Caption

Niet veel mensen kunnen zeggen dat vliegers een serieuze plaats hebben in hun werk. Goed, er zijn een aantal werkzaam in de vliegerindustrie, maar hierbij gaat het om speelgoed en telt dus eigenlijk niet mee. Zelfs de beroemde Peter Lynn vliegers zijn om eerlijk te zijn slechts “speledingetjes” zonder nuttige toepassing. Zodra er echter ideeën voor serieuze toepassingen van de vlieger worden geopperd, zoals de laddermolen van Wubbo Ockels, valt er een doodse stilte over Nederland.

Gelukkig telt Nederland nog een aantal pioniers die zoeken naar toepassingen van vliegers op de werkvloer. Zo gebruikt Erik Tielkes de vlieger als goedkope bron van luchtfoto’s in een ruraal ontwikkelingsproject in Niger. Het gaat hem daarbij om het documenteren van erosiebestrijdende maatregelen als stenen dijkjes en beplantingen en de effecten die ze sorteren, en het volgen van de groei van de vegetatie. “In het eerste geval krijg je foto’s die vastleggen dat er sediment wordt verzameld door een stenen dammetje […] of je ziet dat er diepe geulen zijn ontstaan, omdat de stenen muurtjes die watererosie moeten afremmen verkeerd zijn geplaatst.

Het vastleggen van de groei van vegetatie is een langdurig proces, waarbij een groot aantal luchtfoto’s wordt verzameld die steeds groener worden door de aangroeiende bomen, struiken en gras. Met een algemeen fotobewerkingsprogramma kan vervolgens via een berekening van het percentage groen en het percentage bruin een schatting worden gemaakt van de vegetatie. Je moet volgens Tielkes echter opletten dat je nooit de hele foto gebruikt, maar een uitsnede, want het lukt nooit om precies dezelfde foto te maken. “De foto is wat gedraaid ten opzichte van vorig jaar, of je vliegt iets hoger […] Omdat de foto’s zeer gedetailleerd zijn, kun je het verschil zien tussen bomen en grassen en kruiden. Op deze manier kun je dus houtige en kruidige vegetatie apart volgen. Voor ontwikkelingsprojecten is zulke informatie gedetailleerd genoeg.”

Helaas zijn dergelijke nuttige toepassingen van de vlieger in Nederland op een hand te tellen, en de vraag rijst of de Nederlandse drang naar nieuwe ideeën een zachte dood is gestorven. Zelfs de bovenstaande toepassing vindt buiten Nederland plaats. Gelukkig lijkt Nederland nog niet te zijn afgezakt tot het Amerikaanse nivo, waar iemand die opperde dat piramides mogelijk zijn gebouwd met behulp van vliegers (hierover meer in een volgende column) belachelijk word gemaakt door de zittende vlieger-maffia. Maar verdwijnt op de Nederlandse werkvloer de vernieuwingsdrang en zijn we vergenoegzaamde, makke schapen in een dode samenleving geworden?

03/12/1999 (Verschenen in Vlieger 01/3)

De cursieve tekst is direct overgenomen uit een artikel van Martin Woestenburg in Wagenings Alumniblad 30-09-1999. Met dank aan Erik Tielkes en Martin Woestenburg voor toestemming tot gebruik van de tekst.

Advertenties