Het lijkt erop dat grote geesten hun grootheid danken aan een flinke klap van de molen. Voor Albert gaat deze regel zeker op. Zijn vliegerontwerpen zijn geniaal en ieder jaar wint hij wel een paar prijzen met zijn nieuw ontworpen vliegers. Maar op het gebied van menselijke relaties is er iets flink misgegaan. Albert is – op z’n zachtst gezegd – nogal ongewoon… soms wordt hij zelfs ‘sociaal minder begaafd’ genoemd.

Caption

Het afgelopen weekend had onze vliegervereniging haar jaarlijkse festival georganiseerd, en natuurlijk was Albert ook uitgenodigd. Maar de organisatoren maakten zich nogal ongerust. Het gerucht deed de ronde dat Albert weer aan de verkeerde kant van de molen had gestaan. Er zou zelfs sprake zijn van dronkenschap en openbare geweldpleging. Op een festival in Duitsland was hij op de vuist gegaan met een lid van onze vereniging omdat de man naar Albert’s vriendin keek. En nu zou Albert wraak willen nemen tijdens dit vliegerfestival.

De spanning steeg dus flink toen Albert’s knalrode Peugeot met gierende bandjes bij de ingang van het vliegerveld tot stilstand kwam. En terwijl iedereen tevergeefs probeerde niet te kijken, trok Albert in een vloeiende beweging de omgebouwde skibox vol vliegers van het dak van de auto. Met driftige passen beende hij het vliegerveld op, het onafscheidelijke biertje in zijn linkerhand, hier en daar bekenden negerend. Zouden alle geruchten dan waar zijn? Er vormde zich een groep nieuwsgierigen op veilige afstand rond Albert’s kitebox.

Albert leek zich niets aan te trekken van het opstootje dat hij veroorzaakte. In zichzelf mompelend begon hij in zijn vliegerverzameling te rommelen, en trok een egaal geel stuk vliegerdoek te voorschijn. Nadat hij de stokken in de daarvoor bestemde hoezen had gestoken bleek het te gaan om een flinke, maar weinig spectaculaire kruisvlieger. Een ongelovige verbazing trok door de omstanders, want als kinderen hadden we dergelijke vliegers al van krantenpapier gemaakt. Was dit nou zo’n spectaculaire vlieger van Albert’s hand? Nog bleven de omstanders staan. Maar toen de kruisvlieger met één hand gelanceerd werd, dropen de eerste sensatiezoekers al snel af.

Langzaam maar zeker kiest de kruisvlieger het luchtruim. En met het ononderbroken halen en vieren van de vliegerlijn, vertrekken meer en meer omstanders. Naarmate de vlieger langzaam uit het gezicht verdwijnt, daalt een breekbare rust neer over het vliegerveld. Een rust die standhoudt tot het moment waarop de laatste toeschouwer Albert de rug toekeert… op dat moment lijkt hij te exploderen. Razend en tierend staat hij vrijwel midden op het veld, de vliegerlijn nog in zijn linkerhand. Een zucht van angst golft door de gelederen als plots zonlicht weerkaatst op het lemmet van een mes. Als een doodse stilte neerdaalt over het vliegerveld, richt Albert zijn ogen grimmig hemelwaarts naar de plek waar zijn vlieger nog ergens moet staan.

Terwijl de stilte ons als een benauwde deken omarmt, snijdt Albert met een resoluut gebaar zijn vliegerlijn door en staart omhoog. Dan, na een eeuwigheid, klinkt een boze stem over de vliegerwei. “Albert, ben je nou helemaal gek geworden?”, roept iemand, “Waar is dat nou weer goed voor?” Langzaam, als in een droom, draait Albert zich om en lijkt zich te realiseren dat alle ogen op hem zijn gericht. Opnieuw volgt een eindeloze stilte, terwijl boven ons de vliegers rusteloos fluisteren in de wind. Dan ontbloot Albert zijn tanden en antwoord: “Nee, ik ben lid geworden van het Vlieger Bevrijdingsfront. Ik geef vliegers hun vrijheid terug!”

16/01/2001 (Verschenen in Vlieger 01/5)

Advertenties