Vliegeren in competitieverband is iets dat in Nederland nauwelijks van de grond lijkt te komen. Neem bijvoorbeeld de moeizame pogingen van STACK-Nederland om een formele competitie op peil te houden. Maar ook in informele competitie komt nauwelijks voor in Nederland. Goed, er gaan nog altijd geruchten dat er ergens groepen vechtvliegeraars actief zijn, maar veel verder dan geruchten komen we in Nederland niet.

Caption

Vliegeren in Indonesië is welhaast het tegenovergestelde, bijna iedere mogelijkheid wordt aangegrepen om een competitie te organiseren en om – langs de zijlijn – lustig te gokken. Er zijn regionale en nationale competities vechtvliegeren. Ieder jaar worden er historische Balinese vliegers beoordeeld. Jaarlijks organiseert de nationale vliegervereniging competities voor de mooiste vlakke en driedimensionale vliegers. Vliegerclubs organiseren competities voor nieuwe vliegerontwerpen. En ieder weekend worden er flinke prijzen voor hoogvliegers uitbetaald.

De laatste vorm van vliegeren in competitieverband wordt ‘adu ulur’ (adu = wedstrijd, ulur = vieren) in Indonesië. Het wordt gespeeld met zelfgemaakte vliegertjes van standaard afmetingen. Deelnemers betalen een inschrijfgeld en de vliegertjes worden op commando gelanceerd. Na dertig seconden wordt door de jury bepaald welk vliegertje het hoogst en/of verst weg staat. De winnaars krijgen daarna een deel van het inschrijfgeld, en een goedgebouwde vlieger kan zodoende flink wat geld in de wacht slepen.

Helaas versuffen westerlingen door allerlei wetjes en regeltjes, waardoor er van dergelijke “illegale” activiteiten nauwelijks meer voorkomen. Eerlijk gezegd is dat een verarming van onze samenleving, en word ik jaloers op de rijke cultuur van de Aziaten! Wat een plezier zouden we kunnen beleven als we dergelijke competities gaan organiseren… het is zo eenvoudig. Neem bijvoorbeeld een kleine Sanjo Rokkaku en leg een paar grenzen vast, of organiseer een afvalvliegerwedstrijd.

27/06/2001 (Verschenen in Vlieger 02/5)

Advertenties