Welke van de drie belangrijkste religies in de wereld (Boeddhisten, Christenen en Moslims) staat het dichtst bij God, en waarom? Deze vraag werd me gesteld tijdens een vliegerfestival. Het antwoord is dat de Christenen het dichtst bij God staan, want ze bidden “onze Vader”. Boeddhisten zeggen oom (Ohm, Santi, Santi, Santi, Ohm) en de Moslims hebben luidsprekers nodig om God’s gehoor te vinden. Dit Indonesisch grapje geeft het ongenoegen weer ten aanzien van de vervormde gebedsoproep die dagelijks uit de luidsprekers klinkt.

De volumeknop in de moskee is meestal zo hoog gedraaid, dat het gebed sterk verkracht de buurt wordt ingekotst. Helaas gaat het leeuwendeel van de Indonesiërs voor kwantiteit, dus aan die gebedsverkrachting zal wel weinig veranderen. Dit “negatieve” karaktertrekje vindt je bijna overal terug. Slecht hout wordt ingesmeerd met schoenpoets om het beter te laten lijken, de melk wordt flink aangelengd met water om de omzet op te krikken, befaamde restaurants beknibbelen op hun grondstoffen, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts.

Dezelfde voorkeur voor kwantiteit gaat ook op in de vliegersport. Op diverse locaties in Indonesië worden schitterende vliegers gemaakt. Vaak zou ik er zo een aantal mee willen nemen naar Nederland om aan vrienden en kennissen te geven. Zo zijn er bijvoorbeeld de vogel- en bootvliegers van Bali, of de bladvliegers van Sulawesi. Maar ja, één goed exemplaar vinden lukt wel, maar als je er vijf of tien van hetzelfde ontwerp besteld begint de nachtmerrie.

Opgewonden gaan de vliegerbouwers aan de slag en willen de “buit” zo snel mogelijk binnen hebben, ten koste van de kwaliteit van hun werk. Verbaasd moeten de bouwers daarna concluderen dat hun creaties daarna vliegen als lijken. Vol verontschuldigingen worden de bestelde vliegers weer meegenomen, om ze drie maanden later opnieuw – onverbeterd – toe te sturen. Ik heb mijn lesje – hoop ik – nu geleerd. Ik controleer mijn aankopen nu van te voren en bestel geen Indonesische vlieger meer!

12/09/02

Advertenties